1. Doel & doelgroep

dommie cursus

Een tijdschrift maken is maatwerk. ‘One size fits all’ werkt hier niet. Beslis dus eerst wie je doelgroep is en leer die kennen. Verdiep je in de concurrentie: wat doen zij, wat ga jij beter doen. Zet op een rijtje wat het doel van je tijdschrift is: voor jou persoonlijk, en voor de toekomstige lezers van je blad. Wil je snel rijk worden: kies een grote en/of zeer vermogende doelgroep en bedenk een uniek concept voor je blad. Als je dan ook nog ‘s veel geld kunt investeren in de eerste jaren, dan lukt het (heel) misschien. Maar we moeten eerlijk zijn: als rijk worden je voornaamste doel is, dan kun je beter iets anders gaan doen.
Belangrijker is misschien nog het doel voor de lezer, dat wil zeggen, waarom zou jouw doelgroep jouw tijdschrift gaan lezen? Als iemand jouw blad ziet of leest, wat moet dan het eerste woord zijn dat bij hem of haar opkomt? Mooi? Gezellig? Gedegen? Informatief? Cool? Handig? Het gaat natuurlijk niet om de woorden, maar om de emoties achter die woorden. Noteer de woorden die volgens jou bij jouw blad horen, en controleer regelmatig of je tijdschrift (i.o.) bij potentiële lezers inderdaad de gewenste emoties oproept . Vergis je niet: een tijdschrift heeft heel veel met emoties te maken. Informatie haal je van internet. Een tijdschrift geeft net iets meer, iets om vast te houden, te voelen, te ruiken, mee te nemen. In één woord: emotie.
Als je je doelgroep omschrijft, kijk dan niet alleen naar algemene factoren zoals aantal, geslacht, opleiding. leeftijd en gemiddeld inkomen, maar juist ook naar die factoren die relevant zijn voor jouw tijdschrift: welke hobbies heeft jouw doelgroep, naar welke muziek luisteren ze, hoeveel huizen, auto’s, computers, huisdieren hebben ze en hoeveel geld kunnen ze daar per jaar aan spenderen? En natuurlijk ook: welke andere tijdschriften lezen ze, en waar halen ze die? (deurmat via abonnement, of benzinepomp, Albert Hein, kiosk, enz.).

Oud Goud en open deuren :

De NOTU (Nederlandse Organisatie van Tijdschrift-Uitgevers (nu ondergebracht bij NUV Nederlands uitgevers verbond, www.nuv.nl) heeft in de vorige eeuw ‘s een indeling gemaakt van tijdschriften:

  • Grote publiekstijdschriften
  • Selectieve en specialistische publieksbladen (voor bijzondere groepen uit het grote publiek)
  • Jongerentijdschriften
  • Wereldbeschouwelijke tijdschriften
  • Professionele tijdschriften
  • Diversen

Trek je van die indeling niets aan. Waarom zijn jongeren een aparte categorie, en ouderen niet? Zonder veel moeite kunnen wij nog 30 andere indelingen bedenken, die allemaal even ‘vanzelfsprekend’ zijn en even weinig sluitend. De NUV, waarin het NOTU is opgegaan, hanteert nu een driedeling: wetenschappelijke tijdschriften, vakbladen, publiekstijdschriften. Dat is al een stuk makkelijker, maar nog steeds zijn er tijdschriften die je in meer dan één categorie kunt onderbrengen.
Het allerbelangrijkste is dat je zelf weet wat voor soort tijdschrift je wilt maken.

Het tweede allerbelangrijkste is dat je dat goed duidelijk kunt maken aan anderen: medewerkers, geldschieters, potentiële adverteerders, en: je toekomstige lezers.

Het derde allerbelangrijkste is dat je duidelijk kunt maken waarom jouw tijdschrift beter of in ieder geval anders is dan al die andere tijdschriften die we in Nederland al hebben. Wees voorbereid op de vragen als:

  • Denk je echt dat er mensen zijn die daarin geïnteresseerd is?
  • Denk je echt dat je daar iedere maand (of iedere week, of iedere 3 maanden) een tijdschrift over kunt volschrijven?
  • Zo’n blad is er toch al?
  • Denk je echt dat lezers daarvoor willen betalen?
  • Stel dat die lezers er inderdaad zijn, hoe denk je die te vinden, en: hoe vinden die lezers jouw blad?

Trek je van die indeling niets aan. Waarom zijn jongeren een aparte categorie, en ouderen niet? Zonder veel moeite kunnen wij nog 30 andere indelingen bedenken, die allemaal even ‘vanzelfsprekend’ zijn en even weinig sluitend. De NUV, waarin het NOTU is opgegaan, hanteert nu een driedeling: wetenschappelijke tijdschriften, vakbladen, publiekstijdschriften. Dat is al een stuk makkelijker, maar nog steeds zijn er tijdschriften die je in meer dan één categorie kunt onderbrengen.
Het allerbelangrijkste is dat je zelf weet wat voor soort tijdschrift je wilt maken.

Het tweede allerbelangrijkste is dat je dat goed duidelijk kunt maken aan anderen: medewerkers, geldschieters, potentiële adverteerders, en: je toekomstige lezers.

Het derde allerbelangrijkste is dat je duidelijk kunt maken waarom jouw tijdschrift beter of in ieder geval anders is dan al die andere tijdschriften die we in Nederland al hebben. Wees voorbereid op de vragen als:

Denk je echt dat er mensen zijn die daarin geïnteresseerd is?
Denk je echt dat je daar iedere maand (of iedere week, of iedere 3 maanden) een tijdschrift over kunt volschrijven?
Zo’n blad is er toch al?
Denk je echt dat lezers daarvoor willen betalen?
Stel dat die lezers er inderdaad zijn, hoe denk je die te vinden, en: hoe vinden die lezers jouw blad?

Uit een enquête onder 35.000 consumenten in 35 landen van bureau Roper Starch rolden zes basistypen van consumenten. (1.9.1998) \
Zie: http://www.mediafacts.nl/dossiers/artikel.php3?id=681
VNU Tijdschriften ontwikkelde twaalf criteria ter beoordeling van nieuwe tijdschriftconcepten. (1.12.1998) Zie: http://www.mediafacts.nl/dossiers/artikel.php3?id=685
Leer de concurrentie kennen: Het Oplage Instituut (HOI) publiceert op internet de oplagecijfers van inmiddels 675 aangesloten tijdschriften.
Zie: http://www.hoi-online.nl/
Het NUV publiceert oplagecijfers van vaktijdschriften in haar NOD database (Nederlandse Oplage Documentatie): http://www.nuv.nl/nuv/nuv7.html
Cebuco publiceert in IDIS (Interactief Dagbladen Informatie Systeem) oplagecijfers van dagbladen: www.cebuco.nl
Op zoek naar inspiratie? Ga kijken in het persmuseum in Amsterdam: www.persmuseum.nl

Vragen & antwoorden:

Vraagje van Violette van den Bosch: wat vinden wij van het fenomeen ijkpersoon? Zin, onzin, en waarom?
IJkpersoon, dat is dus eigenlijk een doelgroep van één. Eén prototypische lezer voor wie je een tijdschrift maakt.
Een ijkpersoon lijkt ons vooral een oplossing voor tijdschriftenmakers die niets van statistiek weten. Een doelgroep, dat zijn meerdere personen die natuurlijk allemaal een beetje anders zijn. Je moet dus gaan rekenen: het gemiddelde en de grootste gemene deler. Lastig! Een ijkpersoon lijkt dan makkelijker. Maar: wat doe je als je ijkpersoon van baan, vrouw, of hobby verandert? Snel een nieuwe ijkpersoon kiezen, of of je tijdschrift aanpassen?

En: hoe kies je zo’n ijkpersoon eigenlijk? Ben je dat zelf (jawel, er zijn nog steeds bladenmakers die een tijdschrift maken dat ze gewoon zelf mooi vinden)? Is het je zwager, buurvrouw, belastingadviseur? Of is het een denkbeeldige persoon die geformuleerd is door de marketing-afdeling op basis van doelgroep-gegevens? Als je een tijdschrift wilt maken voor ??n persoon of als je niets snapt van statistiek: kies dan een leuke ijkpersoon. In alle andere gevallen: kies een doelgroep, leer die kennen, en maak daar je tijdschrift voor.

E?n waarschuwing: een doelgroep van 1 is te klein, maar maak je doelgroep ook niet t? groot. Doelgroep = iedereen? Tijdschrift = eenheidsworst, of zoals de Amerikanen zeggen: baloney!

Klik hier om uw reactie toe te voegen.


Geef uw reactie
* Verplicht veld

Gegevens van "1. Doel & doelgroep"





Cadeaubon Leesmap

(Advertentie)