|
|
6. Buiten- & binnenkant
Natuurlijk, natuurlijk: het gaat om de inhoud. Maar de eerste indruk is veel meer dan een daalder waard, zeker op een overvolle markt. Een omslag dat niet aanspreekt? De consument pakt niet jouw tijdschrift, maar het blad dat er naast ligt. En de adverteerder idem dito.
Het omslag - de cover - is het gezicht van je blad. Het moet aansluiten bij het doel, je doelgroep, kortom: bij je formule. Het omslag moet zonder aarzelen bij jouw doelgroep de emoties oproepen die je
bij hoofdstuk 1 gekozen hebt. Wil je meeliften op het succes van de concurrentie? Maak dan een omslag dat een beetje anders is, maar dezelfde stijl heeft. Wil je anders zijn dan de anderen? Maak dan een omslag dat opvallend anders is.
Bedenk wel: een vlag op een modderschip brengt je niet ver; het omslag moet aansluiten bij de vormgeving én de inhoud van de rest van het blad!
De vormgeving van het binnenwerk is uiteraard
minstens zo belangrijk als het omslag. In de kiosk pakt iemand
een tijdschrift omdat het omslag opvalt en de titel
aanspreekt. Maar dan bladert de toekomstige lezer snel door
het blad. De serieuze lezer kijkt ook naar de
inhoudsopgave. Wat ziet de lezer bij het snel doorbladeren?
Wat is de eerste indruk? Tijdschriften hebben een vaste indeling - iedereen
verwacht de inhoudsopgave voorin, en advertenties eerder op de
linker dan op de rechterpagina. Maar regels zijn er om van af
te wijken - zolang de lezer het kan waarderen.
Bedenk welke vaste rubrieken je tijdschrift heeft, en geef
iedere rubriek een eigen, herkenbaar gezicht.
Tijdschriftenmakers hebben het wel over het ritme van een
blad: de afwisseling tussen advertenties en inhoudelijke
stukken, tussen beeld en tekst, tussen korte en lange stukken.
Afhankelijk van je doel en je doelgroep kun je kiezen voor een
rustig, voorspelbaar ritme of juist voor onrust en
verassingen. Wees wel consistent: als lezers verwachten
dat jouw tijdschrift onvoorspelbaar en 'anders dan anderen'
is, zorg dan ieder nummer weer voor verassingen.
Vormgeving is niet alleen belangrijk om de aandacht van de bladerende kioskklant te trekken: je moet ook rekening houden met de lezers. Herkent de trouwe lezer zijn blad iedere maand terug? Kan hij of zij de informatie vinden die hij zoekt? En heel belangrijk: zijn teksten zo vormgegeven dat ze makkelijk te lezen zijn? Tijdschriften worden vaak onder niet optimale omstandigheden gelezen: onderweg, op het strand, op de w.c., tijdens het eten, even tussendoor. Als je als lezer dan veel moeite moet doen om de tekst te ontcijferen omdat deze in een onleesbaar of te klein lettertype is afgedrukt, omdat de regels zo lang zijn dat je halverwege de pagina verdwaalt, of omdat de tekst in diapositief of over een foto of illustratie is gedrukt, dan haak je al snel af en koop je dat blad geen tweede keer. Iedere Nederlander boven de 40 heeft een leesbril of zou er eigenlijk één moeten hebben. Help de 40+er enOverleg al in een vroeg stadium met de drukker: welk formaat, welke papiersoort, welke lettertypes, kleur of zwart-wit? Dik papier is mooi, maar is duurder en weegt meer bij verzending per post. Vraag bij verschillende drukkers offertes op. Overleg ook met de potentiële adverteerders: sommige adverteerders willen alleen op glossy papier, of juist niet!
|
|
|
Oud Goud en open
deuren
-
Omslag: Een algemeen bekende regel is dat getallen op het omslag lezers trekken:
- In 15 stappen een tijdschrift maken!
- 100 tips voor tijdschriftenmakers!
- De mooiste 10 tijdschriften in Nederland!
- Logo: net zo belangrijk als de
titel is het logo. Dat moet duidelijk zijn &
aansluiten bij je tijdschriftformule: opvallend of
degelijk, jong of bejaard, kunstzinnig of zakelijk. Leg in
een contract vast dat jij de rechten op het logo
hebt.
- Lay-out: Als een ontwerper een lay-out voor je
tijdschrift heeft gemaakt, leg dan direct in een contract vast
dat jij de rechten hebt op die lay-out, ook als de ontwerper
later 's z'n biezen pakt. Leg ook vast dat jij het recht hebt
om die lay-out aan te passen, als dat nodig zou zijn.
- Contracten: Ook al maak je je tijdschrift met al dan
niet aangetrouwde familieleden, vrienden en kennissen: leg
alles vast in contracten. Rechten op logo's, teksten, foto's, illustraties, enz.
Mag je teksten, illustraties, foto's evt. ook op internet
publiceren, en/of in advertenties of een reclamefolder? Zo'n
contract is een kleine moeite zolang de
verhoudingen goed zijn en kan je veel gedoe besparen als het
onverhoopt mis mocht gaan. Neem voor de zekerheid ook een
vrijwaringsclausule op: als iemand een tekst overgeschreven
heeft of zonder toestemming een foto of illustratie 'geleend'
heeft, dan is die persoon daarvoor aansprakelijk, en niet jij als uitgever. Ja, waarschijnlijk overbodig, maar laat
iedereen toch maar zo'n contract ondertekenen.
Voorbeeldcontracten voor freelancers vind je onder meer
bij:
www.nuv.nl
|
|
 |
Tips &
Tools
- Moodboard: verzamel
verschillende soorten tijdschriften: verschillende
omslagen, verschillende verhoudingen tussen tekst en
illustraties, verschillende bladritmes, verschillende
papiersoorten. Maak een collage van wat je voor jouw
tijdschrift wilt: zo'n soort omslag, zo'n bladspiegel,
maar dan in die kleuren, dit formaat, en dit soort papier.
Maak een 'moodboard': een storyboard dat niet het verhaal,
maar de stemmingen en emoties weergeeft die jouw
tijdschrift moet oproepen.
- Kleur: natuurlijk wil je alle pagina's in full-colour. Maar dat is prijzig. Afhankelijk van het aantal pagina's en het formaat van je pagina's, kun je om kosten te besparen alleen het midden katern in kleur doen. Of je doet één zijde van een vel in kleur of met één steunkleur en de achterzijde in zwartwit. De drukker gaat vaak uit van papier van A0 formaat, dat wil zeggen: 1 m2 groot, oftewel 841 x 1189 mm. Daar kunnen 16 pagina's van A4 formaat uit. Let op: de drukker ordent die op een geheel eigen manier (zie hier). Als je kiest voor alleen kleur op de voorzijde, dan krijg je dus niet netjes alle even pagina's in kleur, en de oneven in zwart-wit! Hier staat één van de schema's die gebruikt worden.
- Formaat:
omdat de drukker vaak uitgaat van papier van A0 formaat, hangen het formaat en het aantal pagina's van je tijdschrift samen. A4 formaat? dan altijd (een veelvoud van) 16 pagina's.
- Terminologie:
Drukkers gebruiken hun eigen jargon; hou je van
oude-jongens-krentenbrood? Oefen dan thuis tot je ze zonder
haperen kunt zeggen. Liever eigenwijs en zeg het maar gewoon:
neem dan toch het lijstje even door want het voorkomt (dure
en/of vervelende) misverstanden.
Hoofdkop of kop
= titel
Onderkop of subkop = ondertitel Chapeau = kopje boven de hoofdkop
Credit = de namen van de auteur(s)
Intro = de eerste alinea van een artikel, misschien vet of
cursief gedrukt, of anderszins eruit springend
Tussenkopje = titel boven een nieuwe alinea
Platte tekst of broodtekst = de eigenlijke tekst
Streamer = een citaat uit het artikel, een beetje groot en
opvallend geplaatst om de aandacht van de lezer te trekken
Kader = tekst met een randje erom
Fotocredit = de maker van de foto
Fotobijschrift = tekst bij de foto
Flatplan = een schema van de indeling van je tijdschrift, zie hier.
- Offertes:
bij www.drukken.nu kun je kosteloos een offerte opvragen bij veel drukkers tegelijk.
- Contracten:
Model-redactiestatuut voor nieuwsbladjournalisten: http://www.villamedia.nl/nvj/secties/lokaal/nieuws/cao/bijl3.htm
CAO's en salarisschalen voor tijdschriftuigevers: http://www.nuv.nl/cao/caosalaris.html
Een voorbeeld van een freelance contract: http://www.fla.nl/advies/voorwaarden.html
- Papier:
Informatie over papier: http://www.papierinfo.nl
|
|